Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AV1050

Datum uitspraak2006-01-26
Datum gepubliceerd2006-02-06
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/157 WUV
Statusgepubliceerd


Indicatie

Overschrijding beroepstermijn.


Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R 05/157 WUV U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposante], wonende te [woonplaats] (Indonesiƫ), opposante en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 31 maart 2005 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 17 december 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend. Tegen die uitspraak heeft opposante verzet gedaan bij brief van 11 juli 2005, welke op 12 juli 2005 bij de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden en op 20 juli 2005 bij de griffie van de Raad is ontvangen. Het verzet is behandeld ter zitting van 15 december 2005. Daar is opposante niet verschenen. Geopposeerde heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. II. MOTIVERING De Raad stelt vast dat opposante in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden. Hiertoe heeft de Raad overwogen, dat hetgeen opposante in verzet aanvoert niet afdoet aan de overweging in bovengenoemde uitspraak dat de door opposante opgegeven redenen van overschrijding van de beroepstermijn niet kunnen worden aangemerkt als omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim zou zijn geweest. Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2006. (get.) G.L.M.J. Stevens. (get.) J.P. Schieveen.